Het zelluf-doen syndroom


 

zelluf doen

Politie.

Ik heb mijn rijbewijs niet bij me. 

Hoe hard reed ik eigenlijk? 

Deden mijn remlichten het wel? 

Ik rij met een aanhangwagen vol struiken door onze woonplaats. Een politie auto rijdt naast ze me. Twee agenten kijken in mijn auto. Een aanname, want ik kijk stoïcijns voor me uit.

Mijn aandacht is overal behalve op de weg. Ik neem de verkeerde afslag en ik schiet onbedoeld een doodlopende straat in. Zucht. Achteruit rijden met aanhangwagen is niet mijn sterkste kant. Mijn man bood aan de struiken te gaan halen, waarom wilde ik het zo nodig zelf doen?

Wat is het zelluf-doen syndroom?

Het zelluf-doen syndroom is een sterke neiging om dingen zonder hulp te willen oplossen. Je hebt vast wel zo iemand in de buurt. Je herkent ze aan uitspraken als nee hoor, dat lukt wel of als het echt niet gaat, geef ik je wel een seintje. Het is een doorgeslagen vorm van zelfstandigheid.

Een voorbeeldje

Arno komt uit een groot gezin en heeft het soort ouders dat tijdens vakanties dagelijks de zakelijke mailbox checkt. Een zin die hij regelmatig hoort in zijn kindertijd is ik kom er zo aan. Maar Arno heeft niet veel geduld. Hij leert zo problemen zelf op te lossen en beslissingen te nemen. Arno is zelfstandig en autonoom.

Halleluja dus. Wat is het probleem?

Mensen met het zelluf-doen syndroom hebben een stemmetje in het hoofd dat vertelt hoe het hoort. Dit noemen we een overtuiging. Arno hoort zelf oplossen is sneller. Hulp vragen is geen optie, want dat kost tijd. Ouders en leidinggeven waarderen zelfstandigheid. Het stelselmatig toejuichen groeft de overtuiging nog wat verder in het brein. De overtuiging stuurt Arno’s gedrag aan.

Van autonomie naar isolatie

Een medewerker kan door het zelf doen los komen te staan van zijn collega’s. De omgeving krijgt minder invloed op zijn taken en ideeën met minder draagvlak als gevolg. Het rekensommetje 1 + 1 = 3 krijgt weinig kans. Ook heeft de zelluf-doener het druk met zijn deeltaak. Hij loopt zo het risico om het geheel uit het oog te verliezen. Om over burn-out klachten nog maar te zwijgen.

Nou nou, zo’n vaart zal het toch niet lopen in de praktijk?

Ik geef je nog een praktijkvoorbeeld. Mona werkt 15 jaar bij dezelfde organisatie. Ze is de enige in het bedrijf met gedetailleerde kennis over de financiële stromen. Dit maakt haar een soort wandelende encyclopedie, hoofdstuk financiën.

Zij voelt zich onmisbaar en dat geeft haar zelfvertrouwen een boost. Hulp wijst ze af. Het werk stapelt zich op. Ze loopt met hangende schouders en vermoeide blik door het pand. Mona zet geen bijzonderheden op de agenda van de wekelijkse overleggen met haar leidinggevende. Hij merkt wel iets, maar heeft haar hard nodig en wacht nog even met ingrijpen.

Tot dat het te laat is. Mona valt uit. Grote paniek.

De leidinggevende krijgt de schuld. Maar het is niet gek. Mensen met het zelluf-doen-syndroom leveren weinig last en raken snel uit beeld.

Is het besmettelijk?

Op dit moment hoor je veel over zelfsturende teams. Harstikke hip. Maar woorden of trends gaan een eigen leven leiden. De interpretatie zelfsturende teams = je moet alles zelf doen, hoor je bijvoorbeeld bij het koffieautomaat, in de eentweetjes tijdens een vergadering of op bedrijfsfeestjes. Dan gaat het mis.

Ja, maar teveel hulp maakt lui en afhankelijk

Inderdaad. De balans vinden tussen zelfstandigheid en afhankelijkheid is best lastig. Het vraagt dat je erkent waar je minder goed in bent en waar je aanvulling kan gebruiken. En het vraagt kennis over de kwaliteiten van de mensen waarmee je samenwerkt. O ja, en het vraagt je als leidinggevende om het goede voorbeeld te geven.

Getver. Ook dat nog 😉

En heb je ook nog tips voor mij?

– Zorg dat ze hun omgeving betrekken bij  hun werkzaamheden

– Zorg dat ze hun omgeving informeren over hun werkzaamheden

– Geef helderheid wanneer absoluut niet zelluf-te-doen en waarom niet

– Geef de term zelfsturende team gezamenlijk betekenis

– Ken je ‘zelluf-doeners’ en blijf ze aandacht geven
(ook als het piepsysteem optimaal functioneert)

Deel dit bericht:



Geplaatst op april 1st, door Nancy Kerstens in Artikelen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *